CC Administratie Logo
Harrie Cuppen & Judith Cornelissen
Pannebakkerstraat 10-12 | 5405 BP Uden
tel 0413 - 379 436 | fax 0413 - 376 526 | kvk 51660423

Eindejaarsbericht 2012

De jaarwisseling staat weer voor de deur.

Dat is traditioneel het moment om terug te kijken op het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar het komende jaar. 1 januari is een moment waarop er ieder jaar het nodige verandert in de wet- en regelgeving. Dit jaar is de onzekerheid over veranderingen groter door de kabinetsformatie.  Met deze uitgave willen wij u attenderen op een aantal van die (voorgestelde) veranderingen en de gevolgen daarvan.  Zo zijn er zaken die bij voorkeur nog dit jaar geregeld zouden moeten worden en zaken die beter uitgesteld kunnen worden tot na 1 januari 2013. Niet alle hier beschreven zaken zijn  zonder meer toepasbaar of leiden altijd tot voordeel. Het is daarom raadzaam om te overleggen met uw adviseur. Mocht u behoefte hebben aan meer informatie of aan ondersteuning, aarzelt u dan niet om contact met ons op te nemen.
 

ONDERNEMERS

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Ondernemers, die investeren in bedrijfsmiddelen, hebben onder voorwaarden recht op KIA. Het investeringsbedrag moet meer dan € 2.300, maar minder dan € 306.931 bedragen. De aftrek bedraagt 28% van het investeringsbedrag met een maximum van € 15.470. Vanaf een investeringsbedrag van € 102.311 daalt de investeringsaftrek met 7,56% van het meerdere. Voor samenwerkingsverbanden geldt het gezamenlijke investeringsbedrag als uitgangspunt voor de aftrek.

Tip! Optimaliseer uw recht op KIA door investeringen uit te stellen tot na 1 januari 2013 of geplande investeringen naar voren te halen naar 2012.

Bij vervreemding van bedrijfsmiddelen binnen vijf jaar na het kalenderjaar van aanschaf, vindt een correctie op de eerdere aftrek plaats door een desinvesteringsbijtelling.

Tip! Het kan zinvol zijn de verkoop uit te stellen tot na de jaarwisseling.

 

B.V. EN N.V.                                                                                    

Nieuw B.V.-recht

Per 1 oktober 2012 is het B.V.-recht ingrijpend veranderd. Veel dwingend voorgeschreven regels zijn vervallen en vervangen door regels die gelden wanneer in de statuten niets anders is bepaald. De veranderingen in de wet hebben niet alleen gevolgen voor nieuwe B.V.’s, maar gelden ook voor bestaande B.V.’s. De statuten van een B.V. hoeven niet te worden aangepast, maar bepalingen in de statuten, die in strijd zijn met de wet, zijn ongeldig. Het voorheen verplichte minimumkapitaal van € 18.000 en de bankverklaring zijn afgeschaft. Bij storting in natura op aandelen is geen accountantsverklaring meer nodig. Ter bescherming van crediteuren geldt een verbod op het uitkeren van dividend wanneer de B.V. haar schulden niet kan betalen. De bestuurders moeten toestemming geven voor een uitkering van dividend. Handelen zij in strijd met dat verbod, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. Let op! Deze regeling geldt ook voor besluiten tot uitkering van dividend over oude jaren die na 1 oktober 2012 worden genomen.

Tip! Bij bestaande B.V.’s kan het aandelenkapitaal worden verlaagd en, als aan de voorwaarden is voldaan, onbelast worden terugbetaald.

Aandeelhouders met een minderheidsbelang worden door de wetswijziging beter beschermd. Zo moeten alle aandeelhouders het eens zijn over statutaire wijziging van de medezeggenschap van aandeelhouders. Het aandelenkapitaal van een B.V. hoeft niet meer in euro’s te luiden, maar mag ook in vreemde valuta. De verplichte blokkeringsregeling voor de overdracht van aandelen is afgeschaft. Hierdoor heeft een aandeelhouder, die zijn aandelen wil verkopen, geen goedkeuring nodig van zijn medeaandeelhouders. In de statuten kan worden bepaald dat de mogelijkheid tot overdracht van de aandelen voor een bepaalde periode is uitgesloten.

 

PERSONEEL

Loonbegrip

Op 1 januari 2013 treedt de Wet Uniformering Loonbegrip in werking. Deze wet trekt het loonbegrip gelijk voor de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen, de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Belangrijke veranderingen zijn dat de bijtelling voor de auto van de zaak mee gaat tellen voor het premieloon werknemersverzekeringen. Anders dan tot nu toe moeten dus premies worden ingehouden over de bijtelling, uiteraard voor zover het maximum premieloon nog niet was bereikt. 
Daarnaast verandert de behandeling van de ZVW-bijdrage. Nu wordt deze ingehouden van de werknemer en moet de werkgever de bijdrage als een belaste vergoeding aan de werknemer betalen. Met ingang van 1 januari 2013 verandert dat in een werkgeversheffing.

 

Vakantiedagen

Vanaf 1 januari 2012 moeten werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen 6 maanden na afloop van het opbouwjaar opnemen. Gebeurt dat niet, dan vervallen de vakantiedagen in principe. Wettelijke vakantiedagen zijn de vakantiedagen waarop een werknemer volgens de wet minimaal recht heeft. Heeft de werknemer recht op meer vakantiedagen, dan zijn de extra dagen zogenaamde bovenwettelijke vakantiedagen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van 5 jaar. De wettelijke vakantiedagen vervallen niet als een werknemer redelijkerwijs niet in staat was om zijn vakantiedagen tijdig op te nemen. Dat kan zijn om medische redenen, vanwege een re-integratietraject of doordat het door toedoen van de werkgever niet mogelijk was om vakantie op te nemen. Bij het opnemen van vakantiedagen moet eerst de dag opgenomen worden die als eerste door verval of verjaring verloren gaat. Dat hoeft niet altijd de dag te zijn die als eerste is opgebouwd. De wettelijke dagen die in 2012 zijn opgebouwd gaan bijvoorbeeld eerder verloren dan de dagen die zijn meegenomen uit 2011.

 

Werkkostenregeling

Per 1 januari 2011 is de werkkostenregeling in werking getreden. De systematiek van vergoedingen en verstrekkingen aan personeel is daardoor ingrijpend veranderd. 2013 is het laatste jaar waarin de werkgever kan kiezen om in plaats van de werkkostenregeling de oude regeling voor vergoedingen toe te passen. Met ingang van 2014 is de werkkostenregeling verplicht. Uitgangspunt van de werkkostenregeling is dat alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen. Dat geldt ook als de kosten voor 100% zakelijk zijn. De werkgever kan bepaalde vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen die belastingvrij vergoed kunnen worden. Daarvoor geldt een budget van 1,5% van de totale fiscale loonsom van de onderneming. Het budget wordt aangeduid met de term vrije ruimte. Overschrijden de kosten de vrije ruimte, dan valt het meerdere onder een eindheffing van 80%. Eindheffing wil zeggen dat de loonheffing voor rekening van de werkgever komt en niet wordt doorbelast aan de werknemer. Naast de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen zijn er zogenaamde gerichte vrijstellingen. Dat zijn bepaalde kostensoorten die tot een zekere hoogte onbelast kunnen worden vergoed zonder dat dit invloed heeft op de vrije ruimte. Bij gebruik van de werkkostenregeling moet het totale bedrag van de vergoedingen en verstrekkingen in de vrije ruimte uit uw financiële administratie blijken. Staat in de financiële administratie geen btw bij de vergoedingen en verstrekkingen, dan moet u de btw alsnog toevoegen. Verder moet u het totale bedrag aan vergoedingen in uw financiële administratie kunnen koppelen aan het fiscale loon in uw loonadministratie om te toetsen of u binnen uw vrije ruimte blijft.

 

Auto van de zaak voor werknemers

Voor het privégebruik met een auto van de zaak geldt een bijtelling bij het inkomen van 25% van de catalogusprijs van de auto. Voor bepaalde categorieën geldt een lager percentage bijtelling. Om bijtelling te voorkomen moet een werknemer bewijzen dat hij minder dan 500 km per jaar privé rijdt met de auto. Dat bewijs kan de werknemer leveren met een sluitende rittenadministratie. De werkgever moet de rittenadministratie controleren en bij zijn loonadministratie bewaren. De bijtelling kan ook achterwege blijven indien de werknemer een verklaring aflegt bij de belastingdienst dat hij de auto niet privé gebruikt en deze verklaring aan de werkgever overhandigt. De werkgever mag de bijtelling ondanks een verklaring geen privégebruik niet achterwege laten als hij weet of behoorde te weten dat de auto toch privé gebruikt wordt.Let op! Het intrekken van een verklaring geen privégebruik in de loop van het jaar kan fiscale gevolgen hebben. De bijtelling geldt namelijk voor het gehele jaar indien een auto ter beschikking staat en moet dus gecorrigeerd worden om te voorkomen dat te weinig loonbelasting is betaald.

Per 1 januari 2013 veranderen de grenzen voor de verlaagde bijtelling voor nieuwe auto’s als volgt.

 

Max. CO2-uitstoot

Bijtelling

2012

2013

Diesel

91 g/km

88 g/km

14%

114 g/km

112 g/km

20%

Benzine

102 g/km

95 g/km

14%

132 g/km

124 g/km

20%

Tip! Voor auto’s die voor 1 januari 2013 zijn aangeschaft blijft het op het moment van tenaamstelling geldende verlaagde bijtellingspercentage van kracht gedurende 60 maanden, ook als niet aan de nieuwe eisen is voldaan.

 

Bijtelling bestelauto

Om een bijtelling voor privégebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde bestelauto te voorkomen kan een rittenregistratie noodzakelijk zijn. Als alternatief is per 1 januari 2012 de mogelijkheid van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik van de werknemer of de IB-ondernemer ingevoerd. Daarvoor heeft de Belastingdienst een formulier ontworpen dat op de website te vinden is. Een rittenregistratie is niet noodzakelijk als gebruik gemaakt wordt van de verklaring.

 

Reiskostenvergoeding

Zowel voor woon-werkverkeer als voor andere zakelijke ritten geldt een belastingvrije vergoeding van € 0,19 per kilometer. Die vergoeding geldt ongeacht de vorm van vervoer en kan ook gegeven worden aan werknemers die met een fiets, die zij in het kader van een fietsplan hebben aangeschaft, naar het werk komen. De vergoeding kan niet worden gegeven aan werknemers aan wie een fiets ter beschikking is gesteld.

Let op! Bij toepassing van de werkkostenregeling komt een vergoeding voor reiskosten niet ten laste van de vrije ruimte.

 

Vitaliteitssparen

Per 1 januari 2013 zou de regeling voor het vitaliteitssparen in de inkomstenbelasting worden ingevoerd als vervanging van de per 1 januari 2012 afgeschafte levensloopregeling en de eveneens afgeschafte spaarloonregeling. Dat gaat niet door als gevolg van het niet invoeren van de in het Belastingplan voor 2013 voorgestelde belastingheffing over het woon-werkverkeer. Onduidelijk is wat de gevolgen zijn van het niet invoeren van het vitaliteitssparen voor de overgangsregeling voor de levensloopregeling.

 

DGA

Beloning van de dga

Kort samengevat komt de gebruikelijk loonregeling erop neer dat het salaris van een werknemer, die een aanmerkelijk belang heeft in de BV waarvoor hij werkt, tenminste € 42.000 per jaar moet bedragen en niet meer dan 30% lager mag zijn dan het salaris dat werknemers zonder aanmerkelijk belang verdienen in een vergelijkbare functie. Wat een gebruikelijk loon is, kan worden bepaald aan de hand van het salaris van concrete andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen. Wanneer dergelijke gegevens ontbreken, moet het gebruikelijk loon op andere wijze worden bepaald. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van de afroommethode. Die methode houdt in dat de opbrengsten van de B.V. eerst worden verminderd met de daaraan toe te rekenen kosten, lasten en afschrijvingen exclusief het salaris van de dga. Van het overblijvende bedrag geldt 70% als te betalen salaris. De afroommethode wordt gebruikt wanneer de opbrengsten van de B.V. voor 90% of meer zijn toe te rekenen aan de arbeid van de directeur.

Let op! De gebruikelijk loonregeling hoeft niet te worden toegepast als de werkzaamheden van de dga zo beperkt zijn dat een gebruikelijke beloning daarvoor niet hoger is dan € 5.000 per jaar.

 

Dividend uitkeren

Het kan voordeliger zijn om de B.V. dividend uit te laten keren aan de dga in plaats van meer salaris te betalen. Het maximale tarief van de inkomstenbelasting bedraagt 52%. Van iedere euro houdt u dus 48 cent over. Winst van de BV is belast met 20% (boven € 200.000 winst 25%) vennootschapsbelasting en van de resterende 80% gaat 25% af als u die uitkeert als dividend. Van iedere euro houdt u dus 60 cent over! Het nieuwe B.V.-recht, dat op 1 oktober is ingegaan, kent een verplichte uitkeringstoets voor een dividenduitkering. Het bestuur moet goedkeuring verlenen aan de dividenduitkering. De uitkeringstoets dient om vast te stellen dat de B.V. na de dividenduitkering aan haar verplichtingen kan voldoen.

Let op! Als de goedkeuring voor de dividenduitkering niet gegeven had mogen worden, dan zijn de bestuurders en aandeelhouders privé aansprakelijk voor het ontstane tekort. Houd daar rekening mee wanneer de B.V. dividend aan u uitkeert.

 

Tbs en gemeenschap van goederen

Vermogensbestanddelen die onder de terbeschikkingstellingregeling van box 1 vallen en die behoren tot de algehele of een beperkte gemeenschap van goederen van een echtpaar, worden voor de helft toegerekend aan ieder van de echtgenoten. Er bestaat een doorschuifregeling voor het geval de terbeschikkingstelling aan een B.V. door het echtpaar wordt beëindigd als gevolg van de omzetting in een eenmanszaak die door één van de echtgenoten wordt gedreven. Ook is er een doorschuifregeling voor de overgang krachtens huwelijksvermogensrecht van een evenredig deel van een vermogensbestanddeel van de belastingplichtige naar zijn echtgenoot. Voorwaarde is dat het evenredig deel bij de echtgenoot tot een werkzaamheid behoort.

 

Lening aan B.V.

Een lening die een dga verstrekt aan zijn B.V. valt onder de terbeschikkingstellingsregeling. De door de B.V. betaalde rente is bij de dga progressief belast. Ook eventuele waardeveranderingen van de vordering zijn fiscaal van belang. Wanneer de BV niet meer aan rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen, kan de dga de vordering ten laste van zijn inkomen afwaarderen. Dat kan niet wanneer de lening onzakelijk is. Dat is het geval als de dga een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben geaccepteerd. Probleem is dat de dga meer dan wie ook betrokken is bij het reilen en zeilen van de B.V.. Hij zal dus eerder geneigd zijn om geld te lenen aan zijn B.V. of zich borg te stellen voor leningen van de bank dan een willekeurige derde, in het licht van het voortbestaan van de onderneming. Factoren die de zakelijkheid van een lening beïnvloeden zijn de hoogte van de lening in verhouding tot het eigen vermogen, de looptijd, de aflossingsverplichtingen, het rentepercentage, een achterstelling bij andere schulden en de verstrekte zekerheden.

Tip! Denk eraan dat u zakelijk handelt als u geld uitleent aan uw B.V.. Stel een goede leningovereenkomst op en hanteer een zakelijke rente en zakelijke aflossingsvoorwaarden. Vergeet niet om zekerheden te vragen! Pas zo nodig uw leningovereenkomsten aan.

Let op! Ook bij borgstelling voor schulden van de B.V. is het van belang dat u zakelijk handelt!

Let op! De vastgelegde afspraken moeten uiteraard worden nagekomen: als de B.V. niet voldoet aan de aflossings- of renteverplichtingen, komt de lening in een ander daglicht te staan.

 

OMZETBELASTING

Correctie privégebruik auto

Het privégebruik, inclusief woonwerkverkeer, door een ondernemer zelf en door zijn werknemers van een auto geldt, als de auto kosteloos in gebruik wordt gegeven, als een fictieve dienst. De correctie voor privégebruik wordt bepaald aan de hand van het werkelijke privégebruik. Het is ook mogelijk een forfaitair bedrag van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en BPM) van de auto als correctie te hanteren. Is de auto (na vijf jaar inclusief het jaar van ingebruikneming) afgeschreven, dan geldt een lager forfait van 1,5%.Wanneer een auto tegen een lagere waarde dan de normale waarde, maar niet kosteloos, in gebruik wordt gegeven, wordt de grondslag voor de btw-heffing gecorrigeerd door deze te verhogen naar de normale waarde. Ook dan mag in plaats van btw-heffing over de normale waarde het forfait van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en BPM) toegepast worden.

 

Nieuwe factuurvoorschriften

Vanaf 1 januari 2013 gelden nieuwe, uitgebreide factuurvoorschriften. Naast de bestaande vereiste gegevens moet een factuur voortaan, indien van toepassing, de volgende gegevens bevatten:

  1. Als niet de leverancier maar de afnemer de factuur uitreikt, moet dat op de factuur worden vermeld.
  2. Als de bijzondere regeling reisbureaus wordt toegepast, moet dat op de factuur worden vermeld.
  3. Als de margeregeling wordt toegepast, moet op de factuur worden vermeld:
  • bijzondere regeling gebruikte   goederen, of
  • bijzondere regeling kunstvoorwerpen,   of
  • bijzondere regeling voorwerpen voor  verzamelingen of antiquiteiten, al   naar gelang welke regeling is   toegepast.
  1. Als een verleggingsregeling van toepassing is, moet op de factuur worden vermeld: btw verlegd.

Let op! De Belastingdienst kan een boete opleggen van maximaal € 4.920 als u een onjuiste factuur uitreikt.

In bepaalde gevallen volstaat een vereenvoudigde factuur of is helemaal geen factuur nodig. De eisen voor een elektronische factuur worden versoepeld.

 

Herrekening

Voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar moet u een herrekening maken van de af te dragen btw over het kalenderjaar. Indien het gebruik van bedrijfsmiddelen verandert van belaste naar vrijgestelde prestaties of omgekeerd moet een herrekening plaatsvinden van de in aftrek gebrachte btw. Voor roerende bedrijfsmiddelen is het herrekentijdvak 5 jaar en voor onroerende zaken is dit 10 jaar. Als een onroerende zaak meer dan twee jaar leeg staat dient de btw ook te worden herrekend.

 

PRIVE

Eigen woning

Er geldt een aantal maatregelen om de woningmarkt te stimuleren:

  • Bij de aanschaf van een bestaande woning geldt een verlaagd tarief van 2% voor de overdrachtsbelasting. Dit tarief geldt ook voor de latere aankoop van een schuur of een garage.
  • De verhoogde grens van € 350.000 voor de NHG-garantie op hypotheken is per 1 juli 2012 geleidelijk gaan dalen tot op 1 juli 2014 het uitgangsniveau van € 265.000 wordt bereikt.
  • De verlengde periode waarin mensen dubbele hypotheeklasten in aftrek kunnen brengen van drie jaar vervalt eind 2012. Daarna geldt de oude termijn van twee jaar.
  • De regeling waarbij mensen na een verhuurperiode van de woning weer recht hebben op hypotheekrenteaftrek loopt tot eind 2012.
  • Als een bestaande woning is gekocht na 1 september 2012 en binnen 36 maanden wordt doorverkocht, dan is bij de tweede verkoop alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de eventuele winst.

 

Controleer de WOZ-waarde

Ieder jaar ontvangt u van de gemeente de WOZ-beschikking voor uw onroerende zaken. De WOZ-beschikking 2013 kent als waardepeildatum 1 januari 2012. Gezien de nog steeds kwakkelende huizenmarkt en de dalende prijzen, is het logisch te verwachten dat de WOZ-waarde van uw woning niet is gestegen. Bent u van mening dat de WOZ-beschikking niet juist is, dan kunt u daartegen bezwaar maken. De gemeente moet uw bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking hebben ontvangen. Bent u te laat met het indienen van uw bezwaarschrift, dan kunt u niet in beroep gaan bij de rechter tegen de reactie van de gemeente op uw bezwaar.

Let op! De WOZ-waarde is niet alleen van belang voor lokale heffingen als de onroerendezaakbelasting en waterschapslasten, maar ook voor de  inkomstenbelasting (eigenwoningforfait), de schenk- en erfbelasting en de hoogte van de hypotheekschuld.

 

Beperking hypotheekrenteaftrek

Er is een wetsvoorstel in behandeling op grond waarvan met ingang van 1 januari 2013 de hypotheekrenteaftrek voor nieuwe leningen verder wordt ingeperkt. Leningen moeten dan in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair worden afgelost om recht op aftrek van hypotheekrente te hebben.

Let op! Het oversluiten van een bestaande lening bij een verhuizing na 1 januari 2013 heeft niet tot gevolg dat aftrek van rente wordt beperkt; de oude regeling blijft van kracht.

Tip! Wilt u niet geconfronteerd worden met deze beperking van de hypotheekrenteaftrek, sluit dan voor 1 januari 2013 een nieuwe (aanvullende) lening voor de verbouwing of het onderhoud van uw woning.

Aflossingsvrije hypotheken worden vaak gecombineerd met een belastingvrije spaarmogelijkheid in de vorm van een kapitaalverzekering, spaar- of beleggingsrekening eigen woning. De waarde daarvan is niet belast in box 3 en de rente in de uitkering is onder voorwaarden vrijgesteld in box 1. De vrijstelling vervalt voor na 31 december 2012 afgesloten producten.

Tip! Als u de huidige vrijstellingen nog niet (volledig) benut, overweeg dan om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld door voor 1 januari 2013 een kapitaalverzekering, spaar- of beleggingsrekening eigen woning af te sluiten.

Voor alle hypotheken, dus ook voor bestaande, gaat met ingang van 2014 een beperking van de aftrek gelden voor zover deze in de hoogste tariefschijf valt. Het aftrektarief wordt met 0,5% per jaar teruggebracht van 52% naar 38%.

 

Lijfrentepremie

Wie jonger is dan 65 jaar heeft de mogelijkheid om een bestaand pensioentekort aan te vullen door middel van een lijfrenteverzekering of een lijfrentespaar- of beleggingsrekening. De premie daarvan is tot een zeker maximum aftrekbaar. Om in 2012 aftrekbaar te zijn moet de premie ook in dat jaar betaald zijn.

Tip! Laat tijdig een berekening maken van de hoogte van de aftrekbare premie, zodat u voor het einde van het jaar de premie betaald kunt hebben.

 

Middeling van inkomens

De middelingsregeling is bedoeld om mensen tegemoet te komen die een sterk wisselend inkomen in box 1 hebben. Bij een sterk wisselend inkomen, waarbij u het ene jaar wel en het andere jaar niet in het hoogste belastingtarief valt, kan het zijn dat u in totaal meer belasting hebt betaald dan het geval zou zijn bij een meer gelijkmatige verdeling van hetzelfde inkomen over de jaren. Met de middelingsregeling kan een vermindering van belasting worden verkregen. De inkomens over drie opeenvolgende jaren worden gemiddeld waarna de belasting per jaar over het gemiddelde inkomen wordt berekend. Het verschil tussen de aanvankelijk berekende belasting en de herrekende belasting, verminderd met een drempelbedrag van € 545, wordt op verzoek teruggegeven. Het middelingsverzoek moet gedaan worden binnen drie jaar nadat de laatste aanslag over de betreffende jaren definitief is geworden. Een kalenderjaar mag maar één keer in een middeling worden betrokken. De keuze voor een middelingstijdvak kan veel verschil maken. Het is daarom zinvol een (voorlopige) berekening te laten maken over verschillende periodes.

 

Giften

Onder voorwaarden kunt u gedane giften van uw inkomen aftrekken. Het gaat dan om giften aan instellingen die door de Belastingdienst zijn aangemerkt als het algemeen nut beogende instellingen. Er geldt een aftrekdrempel van 1% van het verzamelinkomen van u en uw fiscale partner samen. De drempel bedraagt minimaal € 60. De totale aftrek kan niet hoger zijn dan 10% van het gezamenlijke verzamelinkomen.

Tip! Vanwege de aftrekdrempel kan het raadzaam zijn uw geplande giften voor twee jaar te bundelen en in één jaar te doen.

Als u gedurende een reeks van jaren grotere giften doet aan dezelfde instelling, is het voordeliger om dit te doen in de vorm van een periodieke uitkering. De aftrekdrempel geldt namelijk niet voor dergelijke giften als de looptijd tenminste vijf jaar bedraagt en er een notariële schenkingsakte is opgemaakt.

 

Schenkingen aan kinderen

Ter besparing van erfbelasting na uw overlijden kan het zinvol zijn om al tijdens uw leven een deel van uw vermogen over te dragen aan uw kinderen. Het is verstandig om een schenkingsprogramma op te stellen. Spreiding van schenkingen over een bepaalde periode kan leiden tot een optimaal gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen aan kinderen.Schenkingen aan uw kinderen in 2012 zijn vrij van schenkbelasting tot een bedrag van € 5.030 per kind. Voor kinderen tussen 18 en 35 jaar geldt eenmalig een verhoogde vrijstelling van € 24.144. Deze eenmalig verhoogde vrijstelling kan verder worden verhoogd tot € 50.300 als de schenking betrekking heeft op financiering van de eigen woning van het kind of op een dure studie van het kind. Voor kleinkinderen is het belastingvrije bedrag € 2.012. Boven de vrijstelling geldt een tarief van 10% over de eerste € 118.708 en van 20% over het meerdere.

Let op! In de aangifte schenkbelasting moet u een beroep doen op de verhoogde vrijstelling voor schenkingen aan uw kinderen.

Let op! Aangifte schenkbelasting voor schenkingen aan kinderen moet vóór 1 maart 2013 gedaan zijn.

Tip! Schenken kan ook ‘op papier’ in een notariële akte. U moet jaarlijks 6% rente betalen over het zo geschonken bedrag.

 

Erven

Een goed testament kan helpen om bij overlijden belasting te besparen. Soms wordt gekozen voor het verschuiven van erfbelasting in plaats van besparen van erfbelasting. Een mogelijke reden hiervoor is dat het geld vastzit, bijvoorbeeld in een huis of in beleggingen. Het kan fiscaal gunstig zijn om ook de kleinkinderen te laten erven door een legaat op te nemen in het testament. Een kleinkind kan van zijn grootouders een bedrag van € 19.114 (2012) belastingvrij erven.

Tip! Laat uw bestaande testament periodiek controleren om te zien of het nog past bij uw huidige situatie. Heeft u geen testament, overweeg dan om een testament op te stellen.

 

 

ALGEMEEN

Verhoging assurantiebelasting

Een van de aangekondigde maatregelen voor 2013 is een verhoging van de assurantiebelasting van 9,7% naar 21%. Deze verhoging gaat in per 1 januari 2013. Assurantiebelasting moet betaald worden over de premies van schadeverzekeringen.

 

Toeslagen

Met ingang van 1 januari 2013 heeft u geen recht op zorg- en huurtoeslag en kindgebondenbudget als uw belastbaar vermogen in box-3 € 80.000 of meer bedraagt.

Gerealiseerd door www.tagnick.nl